De schelle ochtendzon trekt het donker uit de nacht. Tien minuten wachten op een tram voelt zo kort. Ik ben weer omringd door mensen, nuchtere mensen. Iedere ochtend lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan, stil sinds de laatste ochtend die je beleefde. De schelle ochtendzon verandert nooit, de koele bries is permanent. Mensen zwijgen en auto’s lijken geen geluid te maken. De treinreis van 25 minuten van Den Bosch naar Utrecht maakte het verschil tussen dag en nacht. De koude nacht in Den Bosch, op weg naar de schelle ochtend.
Vijfenhalf uur geleden zat ik gefrustreerd op de trap in Den Bosch, terwijl ik mijn lenzen uitdeed. Ik wist dat het een lange nacht ging worden. De NS is klaar met werken, maar ik was nog niet uitgereisd. Den Bosch en ik waren op elkaar aangewezen. In mijn jackje en t-shirt voelde de stad kouder dan verwacht. Uren werden afstanden die ik moest uitlopen. De kou een obstakel en de eerste trein mijn finish.
Zometeen sta ik onder een douche. Water inplaats van slaap. Hallo nieuwe dag, een verlengde van gisteren. Mijn volgende finishlijn is de avond. Dan is het toernooi tegen de tijd voorbij.
